Niet ieder probleem betekent dat je onmiddellijk stil moet staan, maar sommige signalen vragen om directe actie. Door op tijd te stoppen kun je gevaar en kostbare motorschade voorkomen.
Rood oliedruklampje: zet de motor uit zodra je veilig stilstaat. Doorrijden kan ernstige motorschade veroorzaken.
Oververhitte motor: stop veilig, zet de motor uit en open de koelvloeistofdop niet zolang het systeem heet is.
Problemen met de remmen: merk je dat de remwerking vermindert, het pedaal ongewoon aanvoelt of er een ernstige remwaarschuwing verschijnt? Stop veilig en rijd niet verder.
Een lekke of beschadigde band: rijd niet verder op een band die sterk leeggelopen of zichtbaar beschadigd is.
Rook, brandlucht of brand: stop veilig, schakel de motor uit en verlaat de auto als dat nodig is. Bij brand of direct gevaar bel je 112.
Zet de auto waar mogelijk op een veilige plek en gebruik de alarmlichten. Volg de geldende veiligheidsregels voor de locatie waar je stilstaat. Op een snelweg is het doorgaans veiliger om achter de vangrail te wachten als dat veilig bereikbaar is. Blijf niet in een gevaarlijke verkeerssituatie staan om zelf reparaties uit te voeren.
Dat hangt af van het probleem. Bij sommige storingen is voorzichtig doorrijden na professioneel advies mogelijk. Bij andere problemen moet de auto worden vervoerd.
Twijfel je? Neem geen onnodig risico.
Neem contact met ons op als je auto een storing heeft of niet meer veilig kan rijden. We denken graag mee over de volgende stap en kunnen informeren naar de mogelijkheid om een autoambulance te regelen voor transport naar onze garage.