Vuil, insecten en strooizout kunnen je voorruit snel vies maken. Met voldoende ruitensproeiervloeistof kun je de ruit schoonhouden en veilig blijven rijden.
Open de motorkap en zoek het reservoir met het symbool van een voorruit waar water op wordt gesproeid. De dop is vaak blauw, maar dat is niet bij iedere auto hetzelfde.
Verwar dit reservoir niet met dat van de koelvloeistof of remvloeistof.
Gebruik geschikte ruitensproeiervloeistof. In de winter is antivriesbescherming belangrijk, zodat de vloeistof en sproeiers niet bevriezen.
Let op de gebruiksaanwijzing. Sommige producten zijn kant-en-klaar, terwijl andere moeten worden verdund.
Open de juiste dop en giet de vloeistof voorzichtig in het reservoir. Gebruik indien nodig een trechter en mors zo weinig mogelijk. Sluit de dop daarna goed.
Schakel de ruitensproeiers in en controleer of de vloeistof goed op de voorruit terechtkomt. Controleer ook de achterruit als je auto een achterruitsproeier heeft.
Mogelijke oorzaken zijn een leeg reservoir, verstopte sproeiers, bevroren vloeistof, een defecte pomp of een probleem met de slangetjes.
Gebruik geen scherpe metalen voorwerpen om sproeiers door te prikken. Blijft het probleem bestaan, laat het dan controleren.
Bij Autoservice Contactweg helpen we je graag als de ruitensproeiers niet werken of als er sprake is van een lekkage.